2008 ...

In 2006 wordt door enkele leden van NATA vzw een eigen schip "EPHYRA" aangekocht. Na maanden opknapwerk in de Antwerpse haven verlaat de Ephyra halfweg 2007 het droogdok en zet koers naar de haven van Nieuwpoort. Van dan af is het de bedoeling dat NATA vzw met dit nieuwe en volledig voor duikers uitgeruste schip archeologisch waardevolle en andere wrakken voor de Belgische kust kan helpen beschermen en in kaart brengen. Tot op heden is daar echter nog niets van in huis gekomen en het schip wordt vooral voor commerciele doeleinden gebruikt. Het schip bied plaats tot 12 passagiers zonder bemanning en is daardoor zeer geschikt voor kleinere groepen. Ruim achterdek om te vissen of te zitten met rondom een dichte reling zodat men enigzins uit de wind kan zitten. Bovendeks een verblijf met uitzicht naar buiten, waar men kan vertoeven als het slecht weer is, of als men wil eten of drinken. Bovendeks is er ook een toilet gelegen onder de stuurhut.

nata vzwDe Ephyra is in opdracht van het NIOZ, (het Nederlands Instituut voor Onderzoek op Zee) gebouwd te Amsterdam op de scheepswerf G. de Vries Lentsch Jr. in augutus 1962 . In 1963 is het in de vaart genomen, aangedreven door twee DAF motoren. Door zijn dubbele schroeven is het een zeer wendbaar en stabiel schip. Het schip werd gebruikt voor controle van de visstand langs de kustwateren van Nederland tot Denemarken, de wadden en de zeegaten. De thuishaven was in Den Helder, later op Texel gelegen. Voorheen heeft het schip gevaren onder de letters HD-33, dit was een visserij nummer uit Den Helder. Na 20 jaar dienst te hebben gedaan werd het schip verkocht om met sportvissers te varen op de Waddenzee en sinds 2002 ook op de Oosterschelde.

De schepen die gebouwd en gebruikt zijn voor het NIOZ kregen een naam die te maken had met het onderzoek op zee, zeegaten en wadden. Er werd niet alleen naar de visstand gekeken, maar er werd ook biologisch en wetenschappelijk onderzoek gedaan. De naam EPHYRA is dan ook afgeleid naar een larve die later zal uit groeien tot de zo bij iedereen bekende kwal. Kwallen treft men meestal zomers aan. Tijdens deze periode planten ze zich dan ook voort. Na de bevruchting van een eicel met een zaadcel ontwikkeld zich een vrij zwemmende larve (planula larve). Vervolgens zet deze larve zich vast op een harde ondergrond en wordt zo een kleine poliep (scyphistoma) met tentakels. Deze poliepjes meten maar ongeveer 1 cm. Als individu zijn ze makkelijk over het hoofd te zien, maar in een kolonie zijn ze goed waar te nemen. In het voorjaar gaan de poliepjes groeien, de tentakels verdwijnen en er ontstaat een poliep met ongeveer 30 groeven (strobila). Vanaf de bovenkant snoeren zich schotelvormige knoppen af (ephyra`s) die er eerst uitzien als mini kwalletjes en vervolgens uit groeien tot de kwallen zoals wij ze kennen..